La Quercia
Love is the ability and willingness to allow those that care for to be what they choose for themselves.
Wayne Dyer

Van Pamplona naar Santiago de Compostela

 08 oktober 2017

Linda Vanderstukken uit Wommersom heeft de “camino”gewandeld, een tocht van 729 km van Pamplona tot Santiago de Compostela. Zij hield een uitgebreid dagboek bij, waar hier een stukje uit te lezen is. Een memorabele belevenis!

Unknown” Een camino wandelen, een droom die al lang werd gekoesterd, een roep die steeds luider klonk, een to do op mijn bucketlist. Grote onzekerheden zoals ga ik het fysiek wel kunnen, ga ik het wel aankunnen zo helemaal alleen en ga ik de weg wel vinden, hielden mij heel sterk bezig. De geruststellende woorden van Ann, Walter en Annelies en het fijne boek van Ilse deden mij de knoop doorhakken. April 2017 ga ik op pelgrimstocht!

Vakantie, weekendjes stonden in het teken van wandelen en voorbereiden.  Vrienden en familie werden op de hoogte gebracht. Naarmate april dichterbij kwam, werden de twijfels sterker, de onzekerheden heel groot.

De dag voor mijn vertrek vier ik mijn 49ste verjaardag. Vrienden en familie komen langs met fijne en nuttige cadeautjes. Van ons Mia krijg ik een bladwijzer (heb een e-reader mee!) met de fotootjes op van Jana, ons Agnes en papa en het tekstje; ‘Zij zullen bij je blijven en je de weg wijzen als jij het even moeilijk hebt’. Ogen schieten vol. Ik neem emotioneel afscheid van allen.

Zaterdag 8 april afscheid van Herman, Leendert en Kato in Zaventem. Kato heeft het moeilijk. Ze mist mij nu al. Als ik nog een laatste keer wuif, krijg ook ik het moeilijk.

brok in mijn keel
tranen achter mijn ogen
een gat in mijn hart
ik mis thuis nu al

Geland in Bilbao overweeg ik even om 2 andere pelgrims (rugzak, propere wandelschoenen) te volgen richting de juiste bus maar ik doe het niet.  Op de willekeurige bus die ik neem zit mijn beschermengel Liesbeth die mij helemaal tot in Pamplona mee op sleeptouw neemt. Dankzij haar kan ik de volgende dag al starten aan mijn tocht.

0p mij eerste dag wandel ik 6 uur en strand ik in Uterga.  Zware rugzak en pijnlijke schouders, warme voeten en stiekem dik jaloers op al de andere pelgrims met dagrugzak.  Stille traantjes aan de telefoon met Herman.  Ik had gehoopt verder te geraken. De troostende woorden van 2 Nederlandse dames en het eten samen met een Canadese met pensioen, een Italiaan en een Zuid-Koreaan brengen mij in een gemoedelijke, relaxte camino stemming.

Om iets over 7 vertrek ik samen met de Nederlandse dames. In Puenta La Reine neem ik afscheid van hen en wandel ik alleen verder voor 25 km. Het is warm, de zon brandt op mijn armen. In Lizarra Estella heb ik een bed voor 6 euro in een grote albergue. Als ik ‘s avonds op een terrasje in het centrum een pelgrimsmenu eet, zie ik het meisje dat de eerste nacht bij mij op de kamer lag. Zij herkent mij ook en zo praat en drink ik nog ene met Ara van Mexico.

De derde dag krijg ik op een mooi stukje weg een smsje van het thuisfront. Kato heeft haar rijbewijs!!!  Blij met het nieuws en gelukkig met zulke mooie vergezichten ben ik om 13 uur al in Los Arcos. Ik wandel verder tot Sansol.

lindaVan Sansol naar Navarette. I have my camino legs volgens insiders. Het stappen gaat super vlot en mijn rugzak is part of my body. Ik wandel al glimlachend en word honderd keer Buen Camino toegewenst.  In Navarette bewonder ik ‘s avonds de processie van de Semana Santa vanuit het raam van de slaapzaal.

Het weer is warm maar ik geniet. Na 22 km kom ik aan in een fijne albergue in Azofra.  Ik word uitgenodigd voor een snack door een ouder koppel van Mexico. Mercedes en haar man vonden dan ik op hun dochter leek en zagen dat ik alleen was. De gesprekken zijn warm, de verbondenheid groot. Later ga ik samen met Walter van Zwitserland en Richmond van Amerika iets drinken op het enige terrasje van het dorp. Het voelt heel vertrouwd alsof we mekaar al langer kennen. ’s Avonds na de mis van witte donderdag ontmoet ik Viviane van Canada en een Spaanse psycholoog van Bilbao en delen we onze verhalen in een overvol restaurant.

Weer superfijn om te wandelen met prachtige vergezichten en zalig zonnetje. Ik stop in mijn eerste donatieve albergue in Redicilla del Camino.  Op de kamer ontmoet ik een Zuid- Koreaanse mama en haar 19-jarige dochter. Het moet fijn zijn om dit samen met je dochter te ervaren. We eten samen met 4 anderen. Ik voel mij door de Armeense eigenaar heel warm onthaald en we worden goed gesoigneerd qua eten drinken.

Bewolkt maar prima wandelweer. Ik heb er nu na een week al 185 km opzitten. In Villafranca Montes de Oca slaap ik met 15 anderen. ’s Avonds eet ik in het mooie restaurant van het hotel met Diane van Australië en Pierre uit Quebec Canada.

Weer zonnig weertje met mooie vergezichten.  Het voelt zo fijn en zo goed om hier te wandelen.  In de Sancta Fé albergue doe ik samen met Rosie van Amerika en John van Ierland yoga op het gras. We eten aan een grote tafel en klinken samen met de eigenares op happy Easter.

Weer een fijne wandeldag.  Ik stop niet in Burgos, de grote stad spreekt me niet aan. Ik kijk wel uit naar Leon als Ann en Walter er ook gaan zijn.  In Tarjados doe ik mijn was in de wasmachine en geniet ik van de frisse geur van mijn kleren.  Ik eet met de mensen van mijn slaapzaal; een Zuid-Koreaans koppel en Michael uit Engeland.

Vandaag voor de eerste keer ook een bijzondere ontmoeting gehad tijdens het wandelen. Ik steek 2 mannen voorbij en geraak aan de praat.  Al snel blijkt dat Dave een heel katholieke persoon is. Hij is samen met zijn vriend Victor (een getrouwde priester van een parochie in Engeland) en ze doen al jaren kleine stukjes (een week) van de camino.  Rond 10 uur word ik uitgenodigd om samen met hen te bidden op een mooi plekje op de berg. Ik ervaar een intens moment van verbondenheid en als ik samen met hen nog 10 km verder wandel, heb ik heel veel over mezelf en mijn familie gedeeld en dus ook geweend. Het voelt goed. Ik besluit om de foto’s die diep in mijn rugzak zitten vanaf morgen aan mijn rugzak te hangen. Ze zijn overduidelijk bij mij op deze tocht en dat mag iedereen zien! Ik slaap na 10 dagen nog eens in een kamer alleen en geniet van mijn eigen badkamer. De pelgrimsmenu is vanavond Zuid -Koreaans. Superlekker!

Veel wind vandaag, was leuk. Lang langs het kanaal gewandeld en aangekomen in Fromista. Slaap in een grote, onfrisse slaapzaal.  Ik mis mijn privékamer. Alleen gegeten maar daarvoor ene gedronken met Emiliaan (of zoiets) van Italië die ik 2 dagen eerder in Tarjados al had ontmoet.

Koud vanmorgen! Ik heb mijn resevesokken over mijn handen gedragen en mijn regenjas met kap. Het is felle en koude wind en de weg is eerder eentonig. Het gezellige marktje van Carrion de los Condes, het kapsalon en een hostal doen mij na 19 km stoppen. Ik geniet van een terrasje, laat mijn haren verven (met gebarentaal en hulp van google translate) en koop handschoenen. ’s Avonds eet ik samen met Michael en geniet van mijn kamer in het hostal.

Unknown-1Minder (koude) wind dan gisteren. Al vlug moet ik mijn jas en handschoenen weer uitdoen.  Na 23 km aangekomen in Ledigos.  Een oude albergue, een stal maar wel netjes.

Ik vertrek ’s morgens als laatste.  Het wordt een rustig dagje vandaag van 16 km tot Sahagun.  Vanavond na 2 weken wandelen en 344 km komen Ann en Walter toe! ’s Avonds in de albergue kom ik de Zuid-Koreaanse mama en haar dochter weer tegen op de slaapzaal. Ik stel hen Ann en Walter voor en de dochter zegt me ‘you must be so glad’. And I surely am!

Eerste wandeldag van 18 km voor Ann en Walter.  De eerste kleinmenselijke ergernisjes, die ervaar je niet als je alleen op stap bent.  Nu had ik toch wel gedacht dat zij meer moeite zouden hebben om mij te volgen maar niet dus. Alweer schitterende zon en tegen 13 uur zijn we al aangekomen in een zalige albergue met ligzeteltjes onder parasols en een kamer voor 3.

Op de tweede dag samen met Ann en Walter doen we 26 km tot Villarente. ’s Avonds eten we met een drukke Moldaviër, Hoen, een 19- jarige Zuid-Koreaan, Suzanne van Nederland en een Duits koppel.  Die nacht worden we wakker van een onweer.

Walter leert mij vandaag om mijn wandelsticks juist te gebruiken. En ja hoor, dat stapt nog beter!  In Leon krijg ik stoppen voor onder mijn stokken cadeau want Walter werd ambetant van mijn getik. We nemen een hotelletje (Zalig) en genieten van Leon.

Vandaag de alternatieve route genomen.  Ann en ik verbazen Walter met onze uitgebreide kennis aan liedjes en zo stappen we al zingend andere pelgrims voorbij. We stoppen in Villar de Mazarife en komen Suzanne weer tegen en ontmoeten Henriette (Harry) van Denemarken. In onze kamer genieten we van het geluid van de ooievaars in hun nesten op de kerktoren.

Super wandeldagje vandaag! Het weer is prima en we stappen 34 km tot Astorgia. Maar vlugger dan gepland moeten Ann en Walter terug naar Madrid. Het treinverkeer in het weekend is niet pelgrim/toerist-vriendelijk. We verblijven in een slechte albergue met koude douches maar komen er Harry en Suzanne weer tegen.

Ann en Walter vertrekken al vroeg richting station en die dag wordt – jammer voor Ann en Walter – een hele mooie wandeldag. Vanaf Rabanal del Camino loop ik de Montes de Leon in en geniet ik van de vergezichten.  Het voelt zo goed om dit te doen, om hier te zijn. In Foncebadon raadt een mevrouw in de straat mij een albergue aan. Ik word er vriendelijk onthaald, gebruik er de wasmachine, de douches zijn warm en de verwarming staat aan. ’s Avonds eet ik samen met de andere pelgrims en die nacht slaap ik tussen niet snurkers.

Supermooie maar moeilijke wandeldag vandaag. Ik hoor vogeltjes, een koekoek, zie vlindertjes. Aan Cruz de Ferro hang ik het engeltje op dat ik kreeg van Flo voor mijn verjaardag en al 484 km rond mijn arm draag. Een speciaal moment met de opkomende zon en mijn hart bij al mijn dierbaren. In Ponferrada neem ik een hotel, drink een wijntje met Suzanne.  Na een telefoontje met het thuisfront neem ik de beslissing om toch maar niet 3 dagen door te wandelen tot Finistere na Compostela. Ik word gemist en dat is superfijn om te ervaren.

Regen vandaag. Om 7 uur al vlug poncho moeten aandoen. Koude handen onder mijn natte handschoenen, weer plassen… Na 23 km in Villafranca del Bierzo neem ik een pauze. De regen is gestopt en ik wil graag nog 4 km verder tot Pereje maar dan gaat het mis. Ik mis een gele pijl en loop de verkeerde kant op. Met geen enkele aanduiding meer en een onbetrouwbaar oriëntatiegevoel sta ik na 3 kwartier stappen weer aan het monument van de pelgrim in het centrum van Villafranca. Een teken om hier dan toch maar een overnachting te zoeken.  Ik krijg een privékamer met ontbijt voor 20 euro in Red de Albergue en kom Suzanne tegen. Ik dineer samen met Santiago (die moést deze camino doen) van Equador, met zijn 18 jaar de jongste pelgrim die ik ontmoette, en Adrien van Argentinië.

Ik zag vanmorgen de aanduiding die ik gisteren gemist had. Hoe kon ik die niet gezien hebben?  Even gezocht naar mijn pet op het punt waar ik gisteren mijn rugzak had afgezet maar vind ze niet terug. Vooral bergop wandelen vandaag. Ik had gepland tot La Faba te geraken maar ik zit in een goede flow. Ook hier is het genieten van de prachtige vergezichten. Na 27 km aangekomen in La Laguna, een klein boerendorpje met veel koeien. In de albergue kom ik Suzanne weer tegen.

Opgestaan met beten van bedbugs! Hopelijk draag ik ze niet mee in mijn slaap- of rugzak. Vanaf O Cebreiro worden de kilometers naar Compostela afgeteld. Ik merk dat dit niet goed is voor mijn moraal.  Ik kijk liever naar de kilometers die ik al gedaan heb dan naar diegene die ik nog moet.  Ik heb vandaag veel aan thuis gedacht en wou goed doorstappen.  Van de sneeuw in O Cebreiro naar heet op het terrasje in Samos, een zware maar mooie dag van 35 km.  Genieten van de cerveza con limon samen met een in de tegenovergestelde fietsende Belg en Suzanne. In de shop van het klooster koop ik lavendelspray tegen de bedwantsen en ‘s avonds eet ik samen met Suzanne.

Van Samos naar Sarria langs super kleine dorpjes en bergop en bergaf weggetjes. Het is warm en mijn rechterkuit doet pijn. Ook wel veel vogels en krekels geluid. In Ferreiros gestopt in een supermoderne Albergue. Al mijn kleren gewassen tegen de beestjes – voor zover ik zie heb ik geen beten bijgekregen. Veel gesnurk ’s nachts. Morgen starten de laatste 100 km.

Het is mistig als ik vertrek maar het wordt al vlug zonnig en warm. Ik zit serieus in mijne flow.  Het gaat goed, heb een goed ritme.  Het werkt zelfs een beetje hypnotiserend.  Er is veel nieuw volk op de camino, drukke groepjes met kleine rugzakjes.  Ik mis het bekend volk, de ‘echte pelgrims’. Tevreden kom ik aan in Palas de Rei en zie Suzanne weer en ontmoet Liesbeth van Denemarken. ‘s Avonds eten Suzanne en ik op een gezellig terras.

Een onweer om half 7 stelt mijn vertrek uit.  Verschillende regenbuien, soms pittige bergop en pijn aan mijn linker scheenbeen kleuren mijn dag.  Op 6 km voor Arzura besluit ik een pijnstiller te nemen en later in het hostal geniet ik van een goed bed.

Mijn bovenbenen zijn stijf en doen erg zeer. Het stappen gaat niet meer zo vlot.  Soms knik ik zelf door mijn bovenbeen.  Ik kom een Belg tegen die vandaag wel doorgaat tot Santiago.  Het is nog 39 km. Té voor mij. Ondanks de fysieke last is het hier heel mooi en blijft het goed voelen om hier te zijn. In Amenal neem ik een hotel.  Morgen ben ik er! Ik ben supertrots op mezelf. Ik ben mijn lijf dankbaar en beloof er mijn hele leven lang zorg voor te dragen.  Naar mijn volgers op WhatsApp stuur ik volgend berichtje ‘Als mensen mij vroegen tot waar ik ging –sommigen doen maar stukjes van de camino – dan zei ik dat Santiago de Compostela de bedoeling was maar, day by day. Het idee dat ik nog 500 km, of 300 km moest afleggen met rugzak leek mij surrealistisch. Maar ik stapte, elke dag opnieuw en ik genoot, van elke stap, elk moment. Vandaag heb ik 710 km gewandeld en morgen… morgen stap ik naar Santiago!’Unknown-2

Ik ben ongelooflijk goed gerecupereerd na het bad en de rust van gisteren. Ik kan weer goed doorstappen. In het cafeetje 5 km voor Santiago kom ik Liesbeth van Denemarken tegen.  We spreken af in de kathedraal om 12 uur.  Suzanne zal er ook zijn. Om kwart over 12 uur sta ik in een overvolle kathedraal.  Na 4 weken van rust en op mezelf zijn, voelt dit niet aangenaam en ik installeer mij op een terrasje aan één van de uitgangen van de kathedraal.  Ik geniet van het zonnetje en de aankomst.  Ik haal mijn officiële Compostela af waarop staat dat ik 729 (!) km gestapt heb van Pamplona tot Sanitago de Compostela. In de toeristische drukte van de stad kom ik geen Liesbeth of Suzanne meer tegen.  Als ik ’s avonds de kathedraal binnenstap loop ik er de Zuid-Koreanen weer tegen het lijf.  We wensen mekaar al knuffelend proficiat.  Ik dineer in het prachtige Hospederia Seminario Mayor en geraak aan de praat met de Noor Reidar Norsett die verschillende filmpjes over de camino op You Tube heeft en erg geïnteresseerd luisterde naar mijn verhaal.  Morgen wil ik de foto’s op een mooi plekje achterlaten in de kathedraal.

Met mijn foto’s dicht bij mij, luister ik naar de mooie zangstem van een jonge non.  Ik word overweldigd door tranen. Ik ben zo blij dat ik het gedaan heb, voel zoveel dankbaarheid.  Ik ben ervan overtuigd dat Jana, papa en Agnes bij mij waren en mij hielpen met de keuzes die ik maakte. Mijn gedachten gaan naar mijn dierbaren.  Ik wens hen sterkte en veel liefde. Ik denk aan mijn kinderen en hoop dat het volwassenen worden die voor hun dromen gaan en hun hart volgen in alles wat ze doen. Tranen lopen over mijn wangen maar het voelt goed.  De muziek, het Spaanse ratelen van de priester, de gouden gloed van het hoofdaltaar, de geur van wierook en kaarsen, een intens moment van mystieke verbondenheid. Ik deponeer de foto’s in één van de vele offerblokken.  Morgen ga ik naar huis.  Ik kijk ernaar uit om mijn gezin, familie, vrienden en collega’s terug te zien. Ik draag ze allemaal in mijn hart.

8 april – 7 mei 2017       Linda Vanderstukken

Dank je wel, Linda, om dit met delen!!